Je wilt graag aan de slag met oefeningen om je hond sterker, fitter of stabieler te maken. Dat is een fantastisch doel. Maar wist je dat trainen niet altijd de juiste eerste stap is?
Net als bij mensen is het belangrijk dat het lichaam eerst goed kan bewegen voordat je spieren sterker gaat maken. Daarom adviseren wij altijd om je hond eerst te laten controleren door een dierenfysiotherapeut, osteopaat of orthomanueel arts.
Eerst kijken, daarna trainen
Tijdens een controle kijkt en controleert de therapeut hoe het lichaam beweegt.
Men beoordeelt onder andere:
- de beweeglijkheid van de gewrichten
- de spierconditie
- de balans tussen linker- en rechterzijde
- eventuele compensaties
- en natuurlijk of er sprake is van pijn of bewegingsbeperkingen
Soms voelt een hond zich prima, maar blijkt er toch een gewricht minder goed te bewegen of staat er veel spanning op bepaalde spieren. Ook kunnen subtiele pijnklachten ervoor zorgen dat een hond ongemerkt anders beweegt.

Waarom is dat belangrijk?
Wanneer een gewricht minder goed beweegt (blokkade) of een hond pijn heeft, gaat het lichaam compenseren. Andere spieren nemen het werk over en sommige spiergroepen worden veel harder belast dan andere.
Ga je in die situatie trainen, dan maak je niet alleen de zwakke spieren sterker, maar versterk je óók het compensatiepatroon. Je bouwt als het ware verder op een lichaam dat al uit balans is.
Daarom behandelen we eerst eventuele pijn of bewegingsbeperkingen. Pas daarna kan het lichaam weer op een natuurlijke manier bewegen en hebben de oefeningen het meeste effect.
Een lichaam blijft veranderen
Ook tijdens een trainingsprogramma verandert er veel.
Spieren worden sterker, andere spieren ontspannen juist meer en de belasting op gewrichten verandert. Dat is precies wat je wilt bereiken, maar het betekent ook dat het lichaam zich voortdurend aanpast.
Soms ontstaat hierdoor opnieuw wat extra spanning rondom een gewricht of beweegt een gewricht tijdelijk minder soepel. Dat hoeft geen groot probleem te zijn, maar het is wel verstandig om dit op tijd te signaleren.
Vergelijk het lichaam met een tent. De scheerlijnen houden de tent in balans. Trek je één scheerlijn strakker aan, dan verandert de spanning in de hele tent. Soms moet je andere lijnen ook opnieuw afstellen om de tent weer mooi recht te krijgen.
Zo werkt het ook in het lichaam. Naarmate bepaalde spieren sterker worden, verandert de spanning rondom gewrichten. Het lichaam moet zich hieraan aanpassen. Daarom zijn tussentijdse controles belangrijk om te beoordelen of alles nog soepel en in balans beweegt.

Daarom zijn tussentijdse controles zo waardevol
Met een periodieke check kunnen kleine veranderingen vroeg worden opgemerkt. Eventuele bewegingsbeperkingen of verhoogde spanning kunnen direct worden behandeld, zodat je hond optimaal blijft bewegen.
Zo voorkom je dat kleine compensaties uitgroeien tot grotere problemen en haal je het maximale uit het trainingsprogramma.
Eerst een goede basis, daarna bouwen
Een sterk lichaam begint niet met zware oefeningen, maar met een lichaam dat vrij kan bewegen.
Door eerst eventuele pijn en bewegingsbeperkingen aan te pakken en vervolgens gericht te trainen, geef je je hond de beste kans om sterker, stabieler en belastbaarder te worden.
Dat is precies waar fysiotherapie en training elkaar versterken: eerst zorgen dat het lichaam goed kan bewegen, daarna bouwen aan een lichaam dat die beweging ook langdurig kan volhouden.

Hoe vaak is een tussentijdse controle nodig?
Hoe vaak een check nodig is, verschilt per hond. Er bestaat geen vaste regel die voor iedere hond geldt.
Als algemene richtlijn adviseren wij:
- Voordat je start met een trainingsprogramma: een uitgebreide controle om te beoordelen of het lichaam vrij kan bewegen.
- Tijdens een intensief trainingsprogramma: ongeveer iedere 8 tot 12 weken een tussentijdse controle. In deze periode verandert de spierkracht, stabiliteit en belasting vaak al merkbaar.
- Sporthonden of honden die intensief trainen: vaak iedere 2 tot 4 maanden, afhankelijk van de belasting en het wedstrijdseizoen.
- Gezonde huishonden die regelmatig onderhouden worden: één tot twee keer per jaar een preventieve controle is vaak voldoende.
Klik hier om het uitgebreide blog te lezen over met welke frequentie een check door ons wordt aangeraden.
Merk je tussendoor veranderingen, zoals compensaties tijdens het oefenen of een ander looppatroon.
Wacht dan niet tot de volgende geplande controle, maar laat je hond eerder nakijken.
Het doel van een tussentijdse controle is niet om altijd iets te ‘vinden’, maar juist om te bevestigen dat het lichaam zich goed ontwikkelt of om kleine veranderingen vroegtijdig te signaleren. Zo voorkom je dat een kleine bewegingsbeperking uitgroeit tot een groter probleem en kan je hond optimaal blijven profiteren van het trainingsprogramma.
Bij Sterk & Fit geloven we dat een sterk lichaam begint met een lichaam dat goed kan bewegen.
Daarom adviseren we altijd om vóór de start van een trainingsprogramma een fysiocheck te laten uitvoeren en ook tijdens het traject regelmatig het bewegingsapparaat te laten controleren.
Wil je weten of jouw hond klaar is om te starten met trainen? Neem gerust contact met ons op. We helpen je graag op weg naar een sterke, gezonde en belastbare hond.


