“Ik wil wel oefenen, maar ik kom er gewoon niet aan toe.”
Als je cursussen volgt met je hond, is de kans groot dat je deze zin herkent. Misschien zeg je ’m hardop. Misschien alleen in je hoofd. En meestal gevolgd door een licht schuldgevoel, want je weet dat oefenen en herhalen belangrijk is.
Maar laten we meteen met iets geruststellends beginnen: het probleem is zelden dat je te weinig tijd hebt.

Iedereen is druk. Werk, gezin, huishouden, afspraken. En dan zijn er ook nog de wandelingen met je hond, die vaak al behoorlijk wat tijd kosten. Het idee dat je daar óók nog “echt moet gaan oefenen” bovenop moet doen, kan voelen als te veel.
In dit blog wil ik je laten zien:
- hoe vaak oefenen écht nodig is (spoiler: minder dan je denkt)
- waarom routine zo lastig is
- en hoe je oefenen kunt inpassen zonder dat het voelt als nóg een taak
Hoe vaak moet je oefenen eigenlijk?
Veel mensen denken bij oefenen aan:
- een vast tijdsblok
- minimaal 20 of 30 minuten (of misschien zelf langer?)
- “ het perfect willen doen”
En precies dát idee zorgt ervoor dat oefenen vaak niet gebeurt of overgeslagen wordt.
Voor het aanleren en onderhouden van vaardigheden, bij honden én mensen, geldt iets belangrijks:
Herhaling is belangrijker dan duur.
Vijf minuten oefenen, meerdere keren per week (of zelfs per dag), werkt vaak beter dan één lange sessie in het weekend.
Het brein leert in herhaling, niet in uitputting.
Lange sessies:
- vragen veel concentratie
- zijn lastig vol te houden
- zorgen sneller voor uitstel (“ik doe het later wel”)
Korte oefenmomenten:
- zijn haalbaar
- passen in een druk leven
- voelen minder zwaar
Oefenen hoeft dus niet groots te zijn om effect te hebben. Het moet vooral regelmatig zijn.
Waarom het zo moeilijk voelt om te oefenen (ook al wíl je het)
Veel mensen zeggen: “Ik heb geen tijd.”
Maar vaak zit het probleem dieper.
Na een lange dag zijn wandelingen met je hond vaak een moment van ontlading. Je loopt, je ademt, je hoeft even nergens over na te denken. Oefenen daarentegen vraagt aandacht. Bewustzijn. Aanwezig zijn in je lichaam en bij je hond.

En dat kost mentale energie.
Daar komt nog iets bij: elke keer opnieuw moet je beslissen.
- Ga ik nu oefenen of niet?
- Doe ik het goed genoeg?
- Heb ik hier nu zin in?
Elke beslissing kost energie. En als je al moe bent, wint uitstellen het vaak van oefenen.
Routine is geen tijdprobleem, maar een beslisprobleem
Dit is een belangrijk inzicht.
Mensen die “altijd oefenen” hebben niet per se meer discipline. Ze hebben minder momenten waarop ze moeten nadenken óf ze gaan oefenen.
Routine betekent:
- niet steeds opnieuw onderhandelen met jezelf
- maar vooraf bepalen wanneer iets erbij hoort
Net zoals tandenpoetsen. Je vraagt jezelf niet af:
“Heb ik hier nu zin in?”
“Doe ik het lang genoeg?”
Je doet het. Punt.
Het verschil tussen trainen en oefenen
Hier zit vaak verwarring.
Trainen is bewust, gepland en uitgebreider.
Oefenen is klein, kort en verweven in je dag.
Routine ontstaat bijna altijd via oefenen, niet via trainen.
Voorbeelden van oefenen:
- één core-oefening vóór je de lijn omdoet
- een balans-oefeningen terwijl je staat te wachten
- na de wandeling een lichaamsbewustzijn oefening doen
Het hoeft dus geen “sessie” te zijn om te tellen.
Waarom perfect willen oefenen je routine saboteert
Als je alleen oefent wanneer het perfect kan, wordt de drempel te hoog. En dan verdwijnt de routine.
Van “ik moet oefenen” naar “dit hoort bij mij”
Zolang oefenen voelt als iets wat je zou moeten doen, blijft het een taak.
Maar zodra het iets wordt wat bij je hoort, verandert er iets.
Niet: “Ik moet vaker oefenen.”
Maar: “Ik ben iemand die kleine oefenmomenten meepakt.”
Dat vraagt geen motivatie. Alleen herhaling.
Zo maak je oefenen haalbaar in een druk leven
Een paar belangrijke uitgangspunten:
- Maak het kleiner dan je denkt nodig is (niet alle series hoeven achter elkaar)
- Koppel oefenen aan bestaande momenten (zoals een wandeling, een borstelmoment, etc)
- Stop met wachten op de perfecte omstandigheden (even geen materialen, doe het zonder of maak gebruik van iets tijdens de wandeling)
Je hoeft niet méér te doen. Je mag het juist kleiner maken.
Routine ontstaat niet door streng zijn, maar door realistisch te zijn.
Als je het gevoel hebt dat oefenen er steeds bij inschiet, zegt dat niets over jouw inzet of motivatie. Het zegt vooral dat je leven vol is net als dat van zoveel andere hondeneigenaren.
De oplossing zit niet in harder je best doen, maar in anders kijken naar wat oefenen is. Wat wel haalbaar is!
En precies daar ligt de basis voor duurzame vooruitgang voor jou én je hond.


